Wist je dat?

Wist je dat de belangrijkste doodsoorzaak bij volwassen olifanten verhongering door tandproblemen is? 

Olifanten hebben 6 kiezen die op verschillende leeftijden te voorschijn komen. Door het eten van harde grassen en schors slijten de kiezen volledig af tot ze werkelijk opgebruikt zijn. Wanneer de laatste kiezen afgesleten zijn (+/- 60 jaar), komen er geen nieuwe meer in de plaats om het voedsel mee te malen. Ze sterven bijgevolg van ondervoeding. 

Dit is vermoedelijk ook de reden waarom er zogenaamde ‘olifantenkerkhoven’ bestaan. Oude olifanten zoeken allen dezelfde plaatsen op met zachte grassen of waterplanten. En ze sterven daar wanneer het voedsel op geraakt of wanneer ze echt geen kiezen meer hebben om te malen. 

  

Het verhaal bij het paard is gelijkaardig, doch gelukkig iets minder dramatisch. 

Paardenkiezen komen net zoals bij de olifant op verschillende tijdstippen te voorschijn in de mond (tanderuptie). Vanaf het moment ze contact maken met de tegenoverliggende kies beginnen ze af te slijten. De kiezen blijven doorheen het ganse leven verder uitgroeien. De snelheid waarmee de tanden groeien is, in het ideale geval, ongeveer gelijk aan de snelheid waarmee ze afslijten. 

Enkele feiten over paardentanden: 

  • Paarden hebben hypsodonte tanden. Dit wil zeggen dat er geen duidelijk verschil is tussen de kroon en de wortels van de kiezen. Dit in tegenstelling tot de brachydonte tanden bij de mens of de meeste vleeseters. 
  • Bij volwassen mensen groeien de tanden niet meer. Bij paarden is dat echter nog wel het geval. De paardentand wordt gedurende het ganse leven verder naar buiten geduwd. Doordat de tanden bij herbivoren sterk afslijten blijft de lengte van de tand in de mond ongeveer gelijk doorheen het grootste deel van het leven. De situatie verandert echter op het moment dat de tand als het ware op is. Hij slijt nog steeds verder af en wordt nog steeds verder uit de tandalveole geduwd, maar er is geen extra aanmaak meer van tand. Zo kunnen oudere paarden net zoals olifanten hun kiezen verliezen en in sommige gevallen nog slechts enkele stompjes tand overhouden. 
  • De hoeveelheid tanden varieert tussen 36 en 44 permanente tanden. 
  • Hengsten of ruinen hebben meestal 4 hengstentanden (haaktanden). Merries hebben deze tanden slechts zelden. 
  • Wolfstandjes kunnen bij beide geslachten voorkomen. Het zijn rudimentaire kiesjes. Dit wil zeggen dat ze doorheen de evolutie geëvolueerd zijn van kies tot klein tandje zonder echte functie. 
  • Paardentanden staan ook niet mooi tegenover elkaar ingeplant. De bovenkaak is breder dan de onderkaak. Dit maakt dat er gemakkelijk scherpe punten ontstaan op de zijkanten van de kiezen. Deze punten noemen we emaillepunten.